Spring naar inhoud

Mediawijsheid

april 25, 2012

Net een gesprekje met mijn dochter van bijna 15 gehad, 3 VWO. Zij volgt het vak ‘Mediawijsheid’. Wat leer je daar? Nou, omgang met internet, welke sites zijn wel en niet veilig, hoe maak je een website. Fijn! Vandaag vertelde ze me dat ze een presentatie (in Prezi) moet maken. Ook prima, waarover? Loverboys. Ok, laten we de vraag “waarom dit onderwerp?” even overslaan. En hoe doe je dat dan? Waar zoek je dan naar informatie? Nou, op internet. En op welke sites? Nou, je typt iets in op Google. Ok. En wanneer weet je dan of het betrouwbare informatie is? Nou, als de layout er niet uitziet, dan weet je dat het niet deugt. [.....]

Mijn intelligente dochter leest nauwelijks nog een boek. Een BOEK! Weet je nog, zo’n papieren, ingebonden geval. Of, ook goed, een fiks document dat je kunt downloaden en desnoods op je e-reader kunt lezen. Mis je de heerlijke geur van drukinkt, maar ach, je leest tenminste een –vaak- goed doorwrocht verhaal. Fictie of non-fictie, maakte me niet uit. De grijze haren schieten uit mijn hoofd en ik hoor de echo van mijn ouders. Maar het generatieconflict gaat tegenwoordig niet meer over sociaalrelationele vraagstukken, maar over de manier waarop je diepgang bereikt in de zoektocht naar antwoorden op levensvragen. Het gaat over vorm, niet over inhoud.

De inhoud valt me niettemin soms ook wel weer mee. Maar hoe doen ze die kennis op, die puberale kids? Nou, via internet. Via sites die er ‘Imagecool’ uitzien. O ja, Wikipedia is tegenwoordig behoorlijk betrouwbaar en kun je altijd wel gebruiken. Verder hebben we MSN, Facebook, Skype, Twitter en Tumblr. HYves is NIET voor pubers, ik zeg het maar even. De grijze haren rijzen ons als ouders te berge. Onze dochter moet Franse boekjes lezen, niet eens literatuur, maar volledig afgestemde niemendalletjes voor haar generatie. Omdat ze er niet zo goed in is en ze Frans toch laat vallen volgend jaar, heb ik hulp aangeboden. Ze heeft echter niet zoveel zin om 1 of 2 uur (!) aan zo’n boekje te besteden en plukt liever een samenvatting van internet, die ze dan in eigen woorden overschrijft. Schaamrood op de kaken, als Romanofiel (Portugees en Frans gestudeerd, begrijpelijk, hoop ik).

Waar zijn de tijden, dat ik (vanaf mijn 9e) urenlang op de bank lag met een BOEK? Ik verslond ze, zou ze nog steeds willen verslinden. Maar helaas, geen tijd. We nemen elke zomervakantie een aparte rugzak met boeken mee en dan lukt het nog. Nu adviseren onze vrienden (net zo oud …) ons om e-readers te kopen, scheelt kilo’s in de bagage. Zucht. Dit weekend hebben we aan deze vrienden toegegeven dat we heus wel overstag zullen gaan, op een zeker moment. We zijn geen early adopters, maar helemaal van gekke Henkie zijn we ook niet. Ter info: ik ben 47, mijn man is 44. Stelletje bejaarden, dat zijn we.

Gelukkig zijn mijn cursisten nog van de boeken. Best wel verrassend, want ze zijn 26+. Ons hoger onderwijs is kennelijk nog primair ingesteld op boeken. Zegt meer over de generatie docenten dan over de cursisten, overigens. Ik kan misschien nog 10 jaar mee, maar dan vrees ik dat de kloof te groot wordt. Wat moet ik doen om nog (minstens) 10 jaar extra mee te gaan (tot mijn 67e)?

Monique Jipping – senior adviseur, mentor en trainer bij Van der Hilst

Diploma’s

maart 19, 2012

Het is een bekend fenomeen dat in tijden van economische crisis een diploma aan belang wint. Het is krapjes op de arbeidsmarkt en zeker in ons vak is het dringen geblazen voor een baan. Tijdens de crisis van 2002-2003 (die inmiddels geen naam meer mag hebben) kreeg ik al 150 sollicitatiebrieven op een niet eens zo heel erg interessante vacature voor een communicatiemedewerker. Dan wordt het selectieproces hakken met de botte bijl.

Iedere manager heeft natuurlijk zijn eigen voorkeur in dat selectieproces. Toch begint het meestal bij een blik op het CV. Dat zijn immers de feiten en in een brief kun je alles wel naar je hand zetten. Dus: hoe zit het met de harde criteria? Heeft iemand de juiste opleiding en relevante werkervaring? Niet? Zoefff, dan vliegt je mooie brief en CV zo op de stapel “njet” op de grond. En bij mij ging dat letterlijk zo, geloof me. En ook als ik ergens spelfouten of grammaticale onvolkomenheden ontdekte. En ZEKER als de sollicitant met zoek-en-vervang te slordig was geweest en er in de brief een andere bedrijfsnaam werd genoemd dan die van ons! Pas daarna komt het interessante deel, waarin profiel en motivatie bestudeerd kunnen worden. Dan hou je soms zelfs met moeite 5 kandidaten over. En in het ergste geval vallen daar nog mensen af als de check op internet enige compromitterende feiten onthult …

Nou, weer een lekker opbeurend blogje. Toch bedoel ik dit positief en geef mijn werkwijze als tip aan je mee. Ik merk dat veel van onze cursisten op zoek zijn naar een baan. Ik zie ook hun CV’s en begrijp de motivatie om een erkende opleiding te willen volgen. Als je je wilt onderscheiden op de arbeidsmarkt en liefst met een nieuwe baan nog een trapje hoger wilt komen, dan is een recent en erkend diploma een goed hulpmiddel. Je laat ook zien dat je bereid bent om te investeren in jezelf. Dat zien werkgevers graag. Dus naast je intrinsieke motivatie om je kennis en vaardigheden uit te willen breiden, heeft het ontegenzeggelijk voordelen voor je positie in het sollicitatiegebeuren.

Rest de vraag: waar volg je die opleiding? Op dit moment is er veel mediagedoe over de opheffing van opleidingen bij HBO-instellingen en universiteiten. Ook ik voel me daar enigszins door getroffen, want de prachtige studie die ik zelf ooit volgde verdwijnt in Nederland. Toch zie ik het niet zo somber in (ik ben een optimist, weet je nog). Vooral het opheffen van deeltijdopleidingen hoeft niet problematisch te zijn. Alsof alleen HBO en WO erkende diploma’s leveren! Als je een bachelor- of mastertitel wilt, dan ligt het voor de hand om daar een opleiding te willen volgen. Hoewel die instellingen het monopolie daarop ook al niet meer hebben. Maar als je een degelijke vooropleiding, een loopbaan en een gezin hebt, dan zijn er vele particuliere, erkende opleidingen die zelfs beter bij jou en je situatie passen. En als je een werkgever hebt, dan wil die nog altijd graag je opleidingskosten betalen. Mijn tweede tip is daarom: onderzoek de particuliere opleidingsmarkt en kies een opleiding die een erkend diploma biedt EN goed bij je situatie past.

Monique Jipping – senior adviseur, mentor en trainer bij Van der Hilst

Accountability leidt tot verkeerde keuzen

februari 16, 2012

Accountability: een term die we hebben te danken aan het dominante denken in onze westerse samenleving dat alles stuurbaar en beheersbaar is. Zet er management voor of achter en je hebt weer een nieuwe discipline of specialisatie. Kijk naar de wildgroei aan management-achtige opleidingen in het hoger onderwijs. In dat dominante denken valt alles uit te drukken in termen van kosten en baten of resultaten. Nu is dat goed denkbaar bij concrete producten. Die zijn tastbaar. Vanuit het bedrijf gezien ben je (als productiemanager) accountable als je een pot pindakaas kunt produceren op basis van vooraf door het bedrijf vastgestelde normen. Of die pot pindakaas vervolgens ook door Pietertje (of zijn moeder) gekocht wordt, laten we nu even in het midden. Moeilijker wordt het al als het gaat om diensten. Valt het echt aan NS te verwijten dat de treinen niet rijden als het 22 graden vriest of aan de KLM als door een doorgedraaide Rus 10-tallen vluchten uitvallen?

Harde kant

Nog moeilijker wordt het om accountable te zijn als het gaat om processen. En communicatie is bij uitstek een proces. Met communicatie gebeurt er iets in de hoofden van mensen. Ze vergroten hun kennis. Ze krijgen een beeld, een gevoel. Ze begrijpen een andere persoon. Ze hebben contact met een ander. Ze voelen zich verbonden, gewaardeerd, betrokken, uitgedaagd, miskend, genegeerd, geliefd. En wij als communicatieprofessionals scheppen condities om dat mogelijk te maken. We formuleren boodschappen en we maken middelen. Zijn we accountable als die boodschappen mooi verwoord zijn in middelen die volgens vooraf bepaalde specificaties zijn geproduceerd (een persbericht of een jaarverslag)? Zijn we accountable als die boodschappen de beoogde ontvangers of lezers hebben bereikt (de krantenlezers, de aandeelhouders)? Of zijn we pas accountable als krantenlezers het bericht gelezen en begrepen hebben op een manier zoals wij het hebben bedoeld? Of als de jaarverslaglezers na lezing van het verslag hun aandelenpakket niet van de hand doen of zelfs uitbreiden. Maar hoe meten we dat? En dan hebben we het hier nog over de ‘harde’ kant van ons vak.  De boodschappen en de middelen/instrumenten waar we als professionals zelf (grotendeels) de regie over hebben: de operationele en regisserende (manageriële) dimensies van ons vak.

Zachte kant

Maar hoe zit het met de reflectieve dimensie van ons vak? Hoe meten we onze bijdrage als het gaat om het systematisch monitoren van de omgeving van onze organisatie? De buitenwereld naar binnen brengen. Hoe waarderen we het feit dat we door het tijdig signaleren van issues en het daarop inspelen een crisis voor ons bedrijf voorkomen? Waarschijnlijk worden we helemaal niet gewaardeerd want er is geen crisis. En daarmee geen haan die er naar kraait. Waarschijnlijk worden we pas gewaardeerd als er wel een crisis is en als we die nog enigszins weten te kanaliseren door er adequaat in onze berichtgeving op te reageren. Maar hebben we ons werk dan eigenlijk wel goed gedaan? Want er was wel een crisis!

Gedrag

Nog moeilijker wordt het onze toegevoegde waarde zichtbaar en meetbaar te maken als we het hebben over de gedragsversterkende rol van communicatie. Zeg maar: anderen in de organisatie communicatiever maken. Ook wel: de procesondersteunende rol van communicatie. Volgens mij ligt hier een van onze grootste opgaven als beroepsgroep. Want communicatief gedrag van medewerkers heeft vele malen meer effect op de succesvolheid van een bedrijf (maatschappelijke acceptatie, reputatie) dan de mooiste boodschappen in de mooiste verpakkingen die wij produceren. Maar als wij er door onze inspanningen in slagen managers en medewerkers zich bewust te laten zijn van hun eigen communicatieve rol, zich daadwerkelijk communicatiever te gedragen in contacten met anderen, en als ons bedrijf betekenisvolle relaties onderhoudt met zijn belangrijke stakeholders, naar wie gaat dan de eer? Dan hebben de managers of de medewerkers het goed gedaan. Zij vormen immers door hun gedrag het zichtbare resultaat van onze inspanningen. De credits gaan niet naar ons. Sterker nog we moeten er zelfs voor knokken om uit ons budget geld en capaciteit vrij te maken om hier een betekenisvolle rol te kunnen spelen. Want hoe maak je hard dat je op dit terrein toegevoegde waarde levert? Dat die investering uiteindelijk meer voor ons bedrijf oplevert dan al die mooie boodschappen die we verspreiden? Dat valt niet hard te maken. Althans niet langs harde maatstaven en meetlatten. We zullen het hier moeten hebben van onze geloofwaardigheid, onze argumenten, onze overtuigingskracht en de effecten die leidnggevenden en medewerkers ervaren van onze inspanningen.

Verkeerde keuzen

Het risico van accountability als sturend principe voor communicatie-inspanningen is volgens mij dat we onze energie en beperkte middelen op de verkeerde doelen richten. Op doelen die SMART of meetbaar te maken zijn. Want daar worden we op afgerekend. We stellen de calculerende managers en cijferaars tevreden met ogenschijnlijk harde resultaten van ons werk. Maar of we hiermee ook onze organisatie de beste dienst bewijzen?

Ik betwijfel het.

Tjalling Damming - directeur/partner Van der Hilst Communicatie

 

Crisis

februari 6, 2012

Crisis

Het is crisis, zeggen ze. En ja, er zij vele feiten die deze stelling onderbouwen. Ik probeer ook zo min mogelijk mijn bankrekening te checken. Zo lang de pinautomaat het woord “geslaagd” laat zien, leef ik vrolijk door. En Nederland heeft toch weer lekker uitgegeven in december en mijn agenda stroomt met enorme snelheid vol.

Deze eerste zinnen passen buitengewoon goed bij mijn karakter: ik ben een optimist. Mijn echtgenoot zegt liever dat ik een struisvogel ben, maar daar stel ik zijn beren-op-de-weg dan tegenover. Zo vormen we een goed koppel dat elkaar in evenwicht houdt. Dat evenwicht zie je ook in alle maatschappelijke discussies op dit moment, alleen lijkt dat zo langzamerhand een ijzeren greep waarin men elkaar gevangen houdt. Misschien kijk ik te selectief, maar ik heb de indruk dat het geweeklaag vooral uit de non-profit komt. Als ondernemers praten, dan is het gelukkig vaak in oplossingen. De broekriem moet strakker, klopt. Betekent ook dat er gesneden moet worden in prachtige voorzieningen, klopt. Je kunt eindeloos met elkaar van mening verschillen over wat belangrijker is, de zorg of de kunst. Klopt ook, hangt af van je eigen referentiekader en verwachtingspatroon. Ik zit liever niet op een regeringsstoel, het zal je opdracht maar wezen.

Alles draait nu echter om het maken van keuzes. Decennia lang was alles mogelijk. Ook wanneer er bezuinigd moest worden, waren er altijd nog verscholen spaarvarkentjes. En -na even slikken- konden we weer verder groeien. Dat is nu toch wel anders. Het duurt te lang, ons geduld raakt op, het volk mort. En we willen er niet aan, dat we voorlopig op goedkoper schoeisel de lange weg naar herstel moeten bewandelen. Het tij keert, heus. Mijn dagelijks werk bestaat tegenwoordig uit het begeleiden van organisaties om hun communicatie slimmer, efficiënter en effectiever te organiseren. Ik zeg vaak: “communicatie is een keuze”. Je kunt het zoveel of weinig doen als je wilt, op welke manier je wilt. En mijn stelling is dat er de afgelopen decennia veel teveel is gecommuniceerd. Ik heb het dan niet zozeer over de inhoud, als wel over de talloze communicatie-uitingen waarvan  het effect nooit bewezen is. En wel elk jaar opnieuw, “omdat de baas het wil”. U vraagt, wij draaien. Mijn collega Guus stelt even vaak de vraag: “Als de afdeling communicatie vandaag wordt opgeheven, wat mist de organisatie dan?” De stilte die daar meestal op volgt, is oorverdovend …

Ik weet echt wel dat het lastig is, dat afdelingen communicatie moeite hebben de rest van de organisatie ervan te overtuigen dat ze niet meer alles kunnen leveren. Toch moet het en het devies daarbij is: terug naar de kern. Elke communicatieprofessional moet zich afvragen waaraan een communicatie-uiting bijdraagt: aan welk doel, voor welke doelgroep en met welk effect. En dat moet gemeten worden. Geen effect, niet meer doen. Wat is er nodig om als organisatie te overleven of je maatschappelijke of wettelijke taak te vervullen? En dit geldt OOK voor al die (interne) opdrachtgevers. Als je je communicatieopdracht niet in die termen kunt definiëren, dan gaat het feest niet door. Oh, als dat toch overal eens zou lukken, dan is die crisis zo voorbij. Ik blijf een optimist …

Monique Jipping – senior adviseur, mentor en trainer bij Van der Hilst

http://www.linkedin.com/in/moniquejipping

ALAAAAAFFFFF

januari 25, 2012

Ieder jaar rond deze tijd gebeurt er iets bij mij. De creativiteit begint te stromen, ineens word ik warm van dweilbands op straat en bij het zien van de eerste steek ben ik verkocht: Carnaval staat voor de deur! Nog een maandje en dan is het zover. Iedere Brabander & Limburger die carnaval viert, herkent dit gevoel vast en zeker.  Voor mensen van ‘boven de rivieren’ is het vaak iets onbegrijpelijks: Dat is toch vijf dagen ‘zuipen’? Uiteraard komt er heel wat alcohol bij carnaval kijken. Maar carnaval maakt vooral iets heel bijzonders los in mensen…

Toen ik vier jaar geleden mijn Brabantse werkplek verruilde voor het kantoor van Van der Hilst in Amersfoort, was het voor mij even omschakelen. Als je werkt in Brabant ligt alles vanaf de vrijdag voor carnaval stil en komt het pas vanaf Aswoensdag weer langzaam op gang. De collega’s die het al waagden om de woensdag of de dagen daarna te werken, zag je met wallen onder hun ogen binnenkomen en konden, net als ik, vaak alleen nog communiceren via wat gepiep, omdat de stem tijdens carnaval ergens in ‘een zaaltje’ achterbleef. Je snapte elkaar en je had aan het opsteken van een duim  voldoende.  Eenmaal bij Van der Hilst zette ik mijn traditie gewoon voort. Dus in november plande ik de carnavalsweek al vrij. Carnaval? Als enige Brabander op kantoor keken ze me toch wat vreemd aan.

De carnavaleske gevoelens gieren nu alweer door mijn lichaam. Het nadenken over een originele carnavalsoutfit, die niet zomaar uit een winkel komt, is in volle gang. De meest originele creaties scoren het beste en die vallen op. Zo ben ik de afgelopen jaren al tegen broccoli’s aangelopen, een crew van een vliegtuig, twee vieze maandverbandjes, een levend twisterspel en hyvespagina’s. Hoe gekker, hoe beter en hoe beter de act die met de carnavalsoutfit meekomt, hoe vrolijker je ervan wordt.

Tijdens carnaval durven mensen te gaan voor creativiteit, verzinnen ze acts, denken ze vooraf met groepen na over outfits die opvallen en schrikken er niet voor terug om wildvreemde mensen mee te nemen in de act die hoort bij hun uitdossing. Zo belandde ik vorig jaar nog in een grote wigwam op de Grote Markt in Breda voorzien van totempaal en indianen die om ons heen dansten.

Het is een bijzondere tijd waarin mensen durven out of the box te gaan, zonder dat ze bang zijn wat anderen ervan denken. Soms net op het randje, soms net er overheen. Maar het zorgt altijd voor een glimlach op ieders gezicht. Bovendien blijft het hangen. Het zorgt voor verbondenheid. Groepen mensen werken maanden samen aan carnavalskostuums, wagens voor de optocht en blaasarrangementen voor tijdens carnavalsballen. En tijdens die vijf dagen in februari gaat iedereen SAMEN even helemaal los. Je komt vrienden en bekenden van vroeger tegen die terugkeren naar hun geboorteplaats om te carnavallen en je bent met vrienden een aantal dagen ECHT samen.  Je doet nieuwe contacten op, omdat je makkelijker even een praatje maakt. Iedereen voelt energie en beweging en loopt met een grote grijns rond. Na die vijf dagen voel je de carnaval in je hele lichaam. Het was zwaar, vermoeiend maar een tijd om het komende jaar weer een aantal keer met veel plezier aan terug te denken.

Was het in iedere organisatie maar één dag per jaar carnaval. Gewoon, om de dagelijkse ‘sleur’ te doorbreken, echt ‘out of the box ‘ te gaan en creatief over vraagstukken na te denken. Even iets geks of anders doen en kijken welke prachtige mooie dingen hier uit ontstaan: nieuwe contacten, energie en beweging! Te zorgen voor verbondenheid en echt iets samen te doen. En natuurlijk, zo’n dagje even alle remmen los, dat voel je even, maar het levert ook heel veel op.

Het MT als Raad van Elf, de Raad van Bestuur als Prins Carnaval en medewerkers die met elkaar een carnavalswagen bouwen om de optocht te winnen. Ik zie het wel zitten…Dat zou pas zorgen voor verbondenheid, teamwork en verbetering van de samenwerking, daar kan geen training, brainstormsessie, cultuurtraject of workshop tegenop.

Carnaval, misschien moeten ze er boven de rivieren toch maar eens serieus over na gaan denken?

Alaaafffff!

Sarah Muñoz - adviseur, trainer en mentor bij Van der Hilst Communicatie

Linkedin: http://www.linkedin.com/pub/sarah-munoz-grootveld/7/482/14b
Twitter: @sarmu

Een serre

december 19, 2011

Laat die kaasschaaf maar thuis

Echt bezuinigen doe je door de burger centraal te zetten

Jaaaaaa… een serre! Twee jaar sparen. Eindelijk is het zover. Een aannemer maakt tekeningen. In de glazen aanbouw zie je jezelf al zitten op zondagochtend aan de krant, koffie en verse croissant.

Alleen nog even de gemeentelijke vergunning aanvragen. De brief en tekening zijn al snel verstuurd. Na zes weken krijg je een reactie. De vergunning is afgewezen. De serre past niet in het bestemmingsplan: hij is 20 centimeter te diep. Maar… er is een escape: je kunt een verzoek indienen voor vrijstelling op het bestemmingsplan. EUREKA!

Vlijtig ga je aan de slag. Je legt een papierwinkel aan, bedenkt een scherpe motivatie, leest kleine lettertjes en twee weken later dien je het verzoek om vrijstelling in bij je gemeente.

Aangezien het verlenen van ontheffing –let wel!- een gunst is en geen recht, verstrijkt er tijd. Veel tijd. De herfstblaadjes dwarrelen op de plek waar de serre had moeten staan. Want wat gebeurt er achter de schermen? Het verzoek wordt getoetst. B&W neemt een principebesluit. Dat principebesluit wordt zes weken ter inzage gelegd. Komen er geen zienswijzen (dikke mazzel), dan neemt B&W een definitief besluit. Vaak zijn we dan enkele maanden verder. En vele ambtelijke manuren.

Ook deze gemeente belooft in haar missie ‘de inwoner centraal te zetten’. Maar zou ze echt waarde hechten aan die belofte, dan zou het proces er achter de schermen als volgt uit zien…

Je dient een vergunningaanvraag in voor je serre. Een ambtenaar neemt het in behandeling en ziet dat de serre 20 centimeter te diep is voor het bestemmingsplan. Hij belt je op en zegt dat je twee mogelijkheden hebt:

  1. Vraag ontheffing aan. Nadeel: duurt lang en kost geld (leges).
  2. Maak je serre 20 centimeter korter. Voordeel: je kunt snel met de bouw starten.

Wacht… als mijn serre 20 centimeter korter is, dan krijg ik wel een vergunning?! Ja. Zo simpel is het.

Nou, dan weet ik het wel: die krant, koffie en croissants passen ook in mijn serre die iets minder diep is. Het scheelt me veel tijd, geld en gedoe. Kan je nagaan wat het de gemeente scheelt: het veelvuldige van veel tijd, geld en gedoe.

En dat is nou precies hoe we echt slagen kunnen maken. Neem de inwoner of burger als uitgangspunt bij het inrichten van je organisatieprocessen. Ze worden vanzelf lean en mean. Da’s geen kwestie van kaasschaven, dat is echt bezuinigen.

Een aantal zaken komt zo fenomenaal bij elkaar: het terugdringen van de ambtelijke bureaucratie, het centraal stellen van de inwoner, het streven naar transparantie en tot slot meer doen met minder in een recessie.

En die inwoner die gebeld wordt door een meedenkende ambtenaar… die wordt direct fan!

Genieke Hertoghs

manager maatwerk, mentor en trainer bij Van der Hilst Communicatie

http://nl.linkedin.com/in/communicatiecoach

Overpeinzingen

december 13, 2011

Gisteren heb ik de kerstboom opgetuigd en alle andere versieringen aangebracht in huis. Hoewel ik zin had in de kerstsfeer, zag ik er ook wel tegenop. Het rottigste klusje is die kerstboomverlichting aanbrengen. Ik ben daar nogal precies in, een ware adept van mijn vader. Thuis had mijn vader de ‘echte mannenklusjes’: kerstboom kopen en in pot plaatsen, verlichting aanbrengen want elektriciteit, verder de schoenen poetsen, fietsbanden plakken en klussen in huis. Mijn moeder was van de ‘zorg’ en van ‘de echte versiering’, het hele jaar door. Lees in kerstsfeer dus: slingers en ballen. Ze is nu ook al bezig met de voorbereiding van het kerstdiner, ervan uitgaande dat we allemaal komen. Wij komen, dat hebben we al toegezegd, maar of en met hoevelen mijn zus komt is nog de vraag. Vroeger zeiden we thuis dat we bij mijn moeder ‘alles in 3-voud moesten aanvragen’. Ze was en is van de planning en je kunt er zeker van zijn dat alles tiptop in orde is, altijd.

Ik ben een mooi mengelmoesje van mijn ouders. Het grovere werk -behalve gaten boren, nooit geleerd- vind ik lekker om te doen. Heb hele parketvloeren gelegd, met de hand gezaagd! Het zorgen en versieren gaat bij mij net zo als bij mijn moeder, zij het dat ik wat flexibeler ben in de planning. Noodgedwongen hoor, want mijn leven hangt aan elkaar van continu wisselende agenda’s van mij en mijn huisgenoten. Je leert ervan.

Het gekke is dat ik dat grove werk en ‘hoofdlijnen’ eigenlijk het prettigst vind. Grote stappen, snel thuis. Ik hou ook erg van delegeren; ik de plannen, jij de uitvoering. Maar kom je bij mij eten, dan doe ik alles het liefste in mijn eentje: plannen maken, tafel dekken (perfect!), koken, zorgen, opruimen. Iedereen uit mijn keuken en vooral lekker aan tafel zitten en je laten verwennen. Afgelopen weekend hadden we vrienden op bezoek en het was weer helemaal top. Oergezellig, open haardje aan, kaarsjes, lekker eten en drinken. Maar ja, het werd laat en geheel tegen mijn gewoonte in liet ik de vuile afwas staan. Zondagochtend, voordat ik zou gaan sporten (yep), heb ik chagrijnig de boel staan opruimen. NOOIT meer!

Tja, en wat is nou de moraal van dit verhaal? Het is het einde van het jaar, tijd voor functioneringsgesprekken en mijmeren onder de kerstboom over de toekomst. Ik heb zelf een functioneringsgesprek met mijn baas binnenkort en heb er als interim manager al een hele reeks achter de rug. Denk na over wat je gedaan hebt en wilt doen, waarom je het gedaan hebt en waarom je wilt doen wat je wilt doen. Hoe zit je in elkaar? Waar zit het ‘vast’ en moeten jij en je baas gewoon accepteren dat het zo is? En waar liggen de uitdagingen en valt iets te leren of verbeteren?

Als baas probeer ik altijd op die toer te zitten, als medewerker heb ik het natuurlijk net zo moeilijk als iedereen … Fijne  feestdagen!

Monique Jipping – senior adviseur, mentor en trainer bij Van der Hilst Communicatie

Een steuntje in de rug van de Sint

december 5, 2011

In september zat ik samen  met mijn Pieten,

van een Spaans wijntje te genieten.

Jullie hadden het vast niet verwacht,

dat ik toen al aan jullie dacht.

Wat zou ik aan al die Van der Hilsters toch op mijn verjaardag kunnen geven?

het liefst een diploma als geschenk voor het leven.

Maar als Sint en Goed  Heilig man,

weten jullie dat ook ik dit niet kan.

Als ik na 5 december Nederland heb verlaten,

ondersteun ik op afstand en hou jullie blijvend in de gaten.

Houd moed!!!,

ook al ervaar je een keer tegenspoed.

Met inzet van docenten en mentoren,

weet ik zeker er dat straks weer een gediplomeerd cursist is geboren.

Ik wens jullie veel succes en heb vertrouwen in jezelf,

het lijkt makkelijk gezegd, maar het diploma komt dan haast ‘vanzelf’.

De  Sint

Rien van Kuik – mentor opleiding Communicatiemedewerker / Junior communicatieadviseur

Moeder de Gans

november 28, 2011

Als mentor van de opleiding tot senior adviseur neem ik bijna afscheid van mijn groep. Een klein jaar lang ben ik met ze opgetrokken. Ik zie ze nog binnenkomen. Meestal is een nieuwe groep eerst wat stil en verlegen. Deze dus niet! Vanaf het eerste moment werd er gekwetterd en gelachen. Niet stil te krijgen! Ik heb echt alle ‘juftrucjes’ moeten toepassen om dat voor elkaar te krijgen, want gewoon vragen om aandacht werkte niet. Hard “hé” roepen, heel stil in het midden van de zaal blijven staan, ja, heb zelfs in mijn handen geklapt. Ze lachten me gewoon vierkant uit. Ongelofelijk. Maar oh, wat een geweldige groep en wat zijn ze gegroeid!

Drie mannen en tweeëntwintig vrouwen die elkaar niet kenden, zijn in het afgelopen jaar een hechte club geworden. Lief en leed werd met elkaar gedeeld, kleine botsinkjes werden volwassen opgelost. Enkele cursisten moesten door nare omstandigheden stoppen met de opleiding, de groep was er stil van en warme woorden werden in hun richting gezonden. Twee geboortes en nog drie te gaan, vruchtbaar groepje … Intervisiegroepjes werden moeiteloos gevormd en kwamen zonder uitzondering geregeld bij elkaar. In de voorbereiding op het schriftelijk examen spraken ze samen de theorie door en wisselden samenvattingen met elkaar uit via de community op ons extranet. Tijdens de lessen alle aandacht en gretige discussies met de docenten. Het was puur genieten.

Nu hebben ze net het schriftelijk examen achter de rug. Het was zwaar, maar ik reken op een topscore! De laatste twee mentorlessen voor het examen heb ik ze nog eens onder tijdsdruk laten stoeien met nieuwe cases. Ik liep zoals altijd langs de groepjes en constateerde dat ik ze nu echt even niets meer kan leren op dit vlak. Ze weten waar het over gaat, komen snel tot de kern, halen de juiste theorie er als ruggensteun bij en komen tot goede oplossingsrichtingen. Als ze zo hebben gewerkt op het examen, dan moet het goed komen. Ik wil nog niet weten of ze het wel of niet gehaald hebben. Ik ga ze nog twee dagen trainen in persoonlijke effectiviteit en er komt nog een training voor het mondeling examen. Ik wil nog even het idee hebben dat ze ‘van mij’ zijn.

Mijn kuikens zijn volwassen, geef mij nieuwe kuikens! Als moeder weet ik dat je je kinderen los moet laten en dat het lastig is. Het voelt verdorie net zo met deze groep. Hoogste tijd dus voor een nieuw stel, want deze kunnen het nu wel zelf. En hé, het is gewoon mijn werk en ik word er ook best graag voor betaald. Maar toch …

Kortom, Moeder de Gans in de aanbieding. Ik ben een strenge doch rechtvaardige mentor (volgens de groep dan, ja!) en ik hou enorm van lachen en relativeren (dat dan weer wel). Ik start in februari 2012 met een nieuwe groep op de donderdagen. Help mij van mijn hechtingsdrang af en schrijf je in!

Monique Jipping – mentor (maar ook senior adviseur en trainer) bij Van der Hilst

http://www.linkedin.com/in/moniquejipping

Vleugels…

november 22, 2011

Ik ben mentor bij Van der Hilst: ieder jaar vliegen onder mijn vleugels een hele serie cursisten de Van der Hilst lesbanken uit het communicatievak in. Vol trots. Het net nieuw ontvangen diploma onder hun arm. Met een intens genietende mentor op de achtergrond.

Misschien niet helemaal toevallig ben ik zelf het communicatievak ingerold: eerst voorzichtig proevend aan het werk als communicatiemedewerker en later bewust kiezend voor een rol als adviseur. Voor mijn cursisten gaat het vaak net zo: ze werken nog niet in de communicatie of hebben beperkte communicatieactiviteiten. In de opleiding Assistent Communicatiemedewerker proeven ze aan het vakgebied. De vonk zie je als mentor gedurende de lessen overslaan.

Van der Hilst onderscheidt zich van andere opleiders door het mentoraat. Ik krijg regelmatig te horen wat zo’n mentor toevoegt aan de opleiding, wat ze ervan mogen verwachten. Mijn rol? Regelneef, procesbegeleider, steun en toeverlaat… Op inhoudelijk en persoonlijk vlak. Kun je als cursist zonder? Waarschijnlijk wel. Maar wil Van der Hilst dat? Nee. Het mentoraat vorm de kern van de Van der Hilst opleidingen: ooit bedacht door onze grondlegger Henk van der Hilst. Het zorgt voor een band met onze cursisten. Wij geloven dat je echt groeit als je goede persoonlijke begeleiding krijgt. Een mentor neemt je mee op weg door de opleiding en geeft je feedback waar nodig. De mentor zorgt er ook voor dat  wij als bureau weten wat er speelt. Onze mentoren zijn onze voelsprieten in het veld.

Wij denken na over de toekomst van onze opleidingen: wat moet en kan er anders? Begrippen als e-learning en modulair onderwijs passeren de revue. De beroepsniveauprofielen van Logeion veranderen: het vakgebied verandert. Zorgen die veranderingen ook voor het loslaten van het mentoraat? Nee! Onze opleidingen zijn over tien jaar zeker niet meer de opleidingen zoals ze nu zijn. Met een lokaal, een zaal in de U-vorm opstelling en een docent voor de groep.  Naast klassikaal onderwijs bieden we ook andere leervormen aan. We gaan meer op afstand werken en geven de cursist de ruimte om zelf de opleiding vorm te geven. Onze mentoren krijgen daarin een belangrijke rol. Naast procesbegeleider, regelneven en steun en toeverlaten worden ze zeker ook coach. Mooi vooruitzicht lijkt mij!

Volgende week neem ik afscheid van mijn lopende groep: de AC38. Prachtige communicatieprofessionals in spé. Ik heb ze zien zwoegen, zien nadenken. Ik heb de kwartjes zien vallen. We hebben lief en leed met elkaar gedeeld. ‘Mijn’ meiden vliegen uit richting het communicatievakgebied en een vervolgopleiding. En ik? Ik zwaai ze vol trots na en kijk uit naar mijn mentoraat in de toekomst.

Simone Dorreboom – adviseur en mentor bij Van der Hilst

http://www.linkedin.com/in/simonedorreboom

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.